• fiets
    Leren fietsen

    Wanneer een kind klaar is om te leren fietsen, is bij ieder kind verschillend. Sommige kinderen zijn pas drie jaar, terwijl anderen pas rond hun zevende jaar zonder zijwielen kunnen fietsen. De gemiddelde leeftijd is ongeveer vijf jaar. Het hangt af van het kind; de motivatie, de motoriek, het zelfvertrouwen, het evenwichtsgevoel, het geduld en vaak speelt ook de lengte van het kind een rol.

    Bekijk het 8-stappen-plan om je kind zonder zijwieltjes te leren fietsen.

  • Ondergewicht

    Vaak eten kinderen een tijdje slecht of weigeren ze te eten. Ze spelen met het eten, maar eten het niet op. Dit geeft stress en bezorgdheid bij de ouders. Hoe lang kun je zonder of te weinig voedsel zonder dat het risico's geeft?

Meer artikelen:

 

Verschillende typen basisonderwijs

Er zijn veel verschillende schooltypen. De denominatie zegt iets over de religieuze overtuiging of levensbeschouding waarop het onderwijs binnen die school (mede) is gebaseerd. Er zijn openbare scholen (toegankelijk voor leerlingen van alle geloofsovertuigingen) en bijvoorbeeld protestant-christelijke, islamitische of hindoescholen. Daarnaast kan een school werken vanuit een bepaalde pedagogische visie zoals Montessori of Jenaplanscholen.

Hieronder een lijstje met wat uitleg bij een aantal verschillende onderwijsmethoden.

Onderwijsconcepten

Montessori scholen

Maria Montessori, de geestelijk moeder van het montessorionderwijs, ging uit van de natuurlijk nieuwsgierigheid van kinderen en de wil om zichzelf te ontplooien: als je kinderen op het juiste moment de juiste middelen aanreikt, kunnen ze spontaan heel veel leren. De taak van het onderwijs is om de kinderen te helpen "het zelf te doen". Een goede montessoridocent moet herkennen bij kinderen waar ze in een bepaalde periode belangstelling voor hebben en daarbij het juiste materiaal aan te bieden zodat het kind kan leren waar hij op dat moment voor open staat.

montessori materiaal Montessorischolen maken gebruik van voor kinderen aantrekkelijke, degelijke en natuurlijke lesmaterialen. Bijvoorbeeld in de onderbouw het veterrekje, waarmee het kind zèlf leert strikken en dus weer een stapje zelfstandiger wordt. In de middenbouw kun je denken aan tienstaafjes , hondertallen en duizendblokjes, waar kinderen al bouwend spelenderwijze met het tientallig stelsel bezig zijn. Stapje voor stapje wordt het materiaal vervangen door een ander, symbolisch materiaal, waarna "als vanzelf" de stap naar het abstracte(re) uit het hoofd rekenen, volgt.

Ook in het montessorionderwijs wordt het belangrijk gevonden dat kinderen van verschillende leeftijdsgroepen (meestal twee of drie groepen) bij elkaar in een klas zitten, zodat het kind soms de oudste is en soms de jongste. Dit draagt bij aan de ontwikkeling van het kind.

Jenaplan onderwijs

jenaplan activiteiten Jenaplanonderwijs is gebaseerd op vier pijlers: spreken, spelen, werken en vieren. Het onderwijs is ook veel meer gericht op opvoeding en niet zozeer alleen op het aanleren van schoolse vaardigheden als lezen en schrijven. De leerstof wordt ontleend aan de leef- en belevingswereld van kinderen èn aan belangrijke cultuurgoederen uit de maatschappij. Zelfstandig spelen en leren, initiatief van de kinderen uit speelt een belangrijke rol.

Kinderen zitten in zogenaamde stamgroepen bij elkaar: kinderen van verschillende leeftijden (van 4 tot en met 12 jaar) blijven zoveel mogelijk gedurende hun schooltijd bij elkaar. Het idee erachter is dat kinderen van elkaar kunnen leren en voor elkaar leren zorgen. Deze groepssamenstelling benadert de gezinssituatie waar je met oudere en jongere broers en zussen door elkaar leeft het best.

Dalton onderwijs

Het daltononderwijs wil kinderen vormen tot zelfstandig denkende en handelende volwassenen, die respect hebben voor hun medemens. De onderwijsvorm werd ontwikkeld door Helen Parkhurst (1887-1973).

Dalton kent drie pedagogische ankerpunten: vrijheid in gebondenheid, zelfstandigheid en samenwerking. Het kind kan zelf keuzes maken om zelfstandig te kunnen leren, maar binnen de grenzen die de docent bepaalt. Kinderen krijgen steeds meer verantwoordelijkheid voor hun eigen leren. Er worden afspraken en samen met de docent maakt een kind zijn eigen planningen.

De Vrije School

De vrijeschool of zoals dat in Vlaanderen heet, de steinerschool, is een school gebaseerd op de antroposofische opvattingen van Rudolf Steiner. De persoonlijke ontwikkeling van het kind staat centraal. Muziek, toneelspelen, beweging en handvaardigheden zijn daarbij net zo belangrijk als lezen, schrijven en rekenen. De vrijeschoolleerkracht beschouwt het kind niet als een onbeschreven blad, maar als een mens met een eigen talent, een eigen voorgeschiedenis en individualiteit. De docent zal moeten herkennen wat de interesses en drijfveren vahet kind zijn en een klimaat moeten scheppen waarin het kind zich kan ontplooien.

Het leerplan is zo opgebouwd, dat alle vakken in onderlinge samenhang de ontwikkeling ondersteunen. Intellectueel, creatief, ambachtelijk en sociaal wordt het kind uitgedaagd om zijn persoonlijkheid te ontplooien. Leerstof is daarbij altijd middel en ontwikkeling het doel. De door de overheid vastgestelde kerndoelen voor basisschool en basisvorming zijn daarom geen einddoelen, maar tussendoelen op weg naar het eigenlijke doel: de ontwikkeling van de leerling.

Freinet onderwijs

In het freinetonderwijs staan de ervaringen en belevingen van de leerling staan centraal. De leerlingen tonen initiatieven en maken daar een plan van. De docent begeleidt. Leerlingen leren door experimenteel te zoeken en te ontdekken, in plaats van vooraf uitgelegd te krijgen hoe iets in elkaar zit. Docenten brengen structuur en diepte in het geleerde aan.

Kenmerkend voor het freinetonderwijs is het respect dat er is voor de mening en eigenheid van leerlingen, ouders en collega's. Behandel iedereen met respect, dat krijg je terug. Geef kinderen vertrouwen, dat wordt niet beschaamd. De school is een coöperatieve leef- en werk-gemeenschap waar leerlingen, leerkrachten en ouders serieus worden genomen en samen de verantwoordelijkheid dragen. De opvoedkundige relatie tussen leerkracht en leerlingen berust op wederkerigheid en gedeelde verantwoordelijkheid. Als leerkrachten een kind complimenteren, begeleiden, beoordelen of straffen, vragen ze zich regelmatig af: Hoe zou ik in zijn of haar plaats reageren?

EGO: ervaringsgericht onderwijs

E.G.O, ervaringsgericht onderwijs, richt zich op wat er in kinderen omgaat, wat de kinderen raakt en motiveert. Het welbevinden en de betrokkenheid van de leerlingen staat bovenaan. Dit is een voorwaarde om te kunnen leren. Kinderen leren makkelijker als er grote betrokkenheid bij het onderwerp is.

De oprichter/inspirator is de Leuvense hoogleraar Laevers. Hij heeft kritiek op de gedachtengang dat de leerling stapsgewijs naar de vooropgestelde doelen wordt begeleid ("oppervlakkig leren"). Als het kind niet betrokken en geboeid is zal het niet leren. Laevens formuleert: 'Wie betrokken is , voelt zich goed, heeft een (op de achtergrond aanwezig) gevoel van voldoening, geniet ten volle, wat enige spanning en een zekere worsteling niet uitsluit, integendeel misschien... Als deze betrokkenheid aanwezig is kan je spreken van fundamenteel leren (deep level learning)'.

De drie pijlers van E.G.O. zijn:

  • Het vrije initiatief beoogt het verhogen van de betrokkenheid.
  • Milieuverrijking: er wordt een omgeving gecreëerd met voor kinderen interessante en uitdagende materialen en activiteiten.
  • De ervaringsgerichte dialoog helpt de leerkracht om een goede relatie met de kinderen op te bouwen en hen zo goed mogelijk te begrijpen en te begeleiden.

Door de gehele basisschool wordt met aandacht voor 5 betrokkenheidsverhogende factoren gewerkt:

  • Sfeer en relatie. Het is van belang dat kinderen zich veilig en geaccepteerd voelen.
  • Aanpassing aan het niveau. Kinderen moeten uitdaging voor activiteiten voelen.
  • Activiteiten zoveel mogelijk laten aansluiten bij de leef- en beleefwereld van de kinderen.
  • Kinderen kunnen niet lang luisteren, er moet van alles te doen zijn. Rust en activiteit hoeven elkaar niet in de weg te staan!
  • Vrij initiatief. Het gaat erom dat kinderen hun ontwikkelingspotentieel aanspreken. Daarvoor moeten ze eigen keuzemogelijkheden krijgen.

OGO: ontwikkelingsgericht onderwijs

Het ontwikkelingsgericht onderwijs neemt de ontwikkeling van het kind als startpunt. Door deelname aan betekenisvolle, gezamenlijke activiteiten kunnen kinderen zichzelf zo steeds verder ontwikkelen. De leerkracht is daarbij altijd op zoek naar het volgende stapje in de ontwikkeling van kinderen. Op het moment dat een kind iets leert wat in zijn "zone van naaste ontwikkeling" zit, ervaren de kinderen leren als zinvol.

Bronnen

www.ervaringsgerichtonderwijs.nl , www.vrijescholen.nl , www.dalton.nl ,www.montessori.nl , www.freinet.nl , www.scholenkeuze.nl , www.jenaplan.nl