Voorlezen: de 10 beste voorleestips

Omdat voorlezen alleen maar voordelen heeft

In het kader van nationale voorleesweek en het voorleesontbijt op school hebben we het maar weer eens even uitgezocht. Waarom zou je je kindje voorlezen en hoe doe je dat dan het beste? 

Voorlezen, waar is dat nou goed voor?!

Het is leuk, gezellig, goed voor de taalontwikkeling, de concentratie en de algemene ontwikkeling, het schept een band, het stimuleert de fantasie en hopelijk is het zo leuk dat je kind later ook plezier krijgt in het lezen van boeken. Duidelijk, toch? Alleen maar voordelen.

Voor alle leeftijden

Voorlezen is leuk voor kinderen van alle leeftijden. Met je dreumes al kun je meerdere keren per dag een knisperboekje of boekje met flapjes bekijken en vertellen wat je ziet. En al kan je tienjarige zelf prima lezen, toch is het nog heel gezellig om samen een boek te lezen.

Tien voorleestips

1. Voorleesritueel – gezellig elke dag

Maak van het voorlezen een ritueel. Elke avond 20 minuten voorlezen voordat je kind gaat slapen bijvoorbeeld (als je kind dan tenminste niet té moe is om nog geconcentreerd te luisteren.) Pyjama aan, lekker knus bij elkaar zitten op een rustig plekje waar jullie niet gestoord kunnen worden. Dekentje en knuffels erbij, lekker samen een boekje lezen.

2. Samen naar de bieb

Welk boek moet je voorlezen? Dat hangt helemaal van de interesse en de ontwikkelingsfase
van het kind af. Het ene kind houdt van fantasierijke boeken, het andere heeft liever een onderwerp dat herkenbaarder is als potje plassen, zwemles of school. Veel kinderen houden van humor in boeken, dat maakt alles lichter. Ga samen naar de bieb en lees hier en daar een stukje. Jij kunt boeken voorstellen, maar als je kind geen interesse heeft houdt alles op.

3. Lees het boek eerst zelf even door

Lees zelf het boekje altijd eerst even snel door, of scan de inhoud, zodat je weet wat er gaat komen. Zodat je niet opeens met een verhaal zit dat helemaal (nog) niet bij je kind past.

Los van het onderwerp moet een goed voorleesboek aansprekend taalgebruik hebben, aangepast aan het niveau van het kind. Voel je ook vrij om je eigen taal te gebruiken als dat het verhaal beter te volgen maakt voor je kind. Je zult de enige ouder niet zijn die af en toe een saai stukje kort samenvat met eigen woorden, of het gruwelijke einde van de ouderwetse sprookjes net even wat minder heftig maakt. En dan is het handig als jij alvast weet waar het boek over gaat.




4. Herhaling is prima

Wil je kindje voor de zoveelste keer hetzelfde boek lezen? Net als dat hij keer op keer dezelfde video wil zien of hetzelfde torentje met blokjes bouwt is dat leerzaam. Herhaling is
goed voor het geheugen en om nieuwe informatie een plek te geven in het brein. Kinderen vinden het fijn om te weten wat er komt en maken graag het verhaal zelf af. Al is het misschien saai voor jou, hij gaat het verhaal steeds beter begrijpen, legt verbanden, heeft al voorpret als hij een grappig stukje ziet aankomen.

5. Houd het boek niet voor je hoofd

Het kind wil het boek (de plaatjes) zien, maar jou ook! Houd het boek dus niet voor je gezicht maar zorg dat het kind jou kan zien én mee kan kijken in het boek.

6. Gebruik stem en handen bij het voorlezen

Maak er geen saai monotoon betoog van maar breng wat variatie aan, lees zoals je praat. Leef je in in het verhaal. Je kunt eventueel stemmetjes voor de verschillende karakters gebruiken, maar dat hoeft niet perse.  Het is wel belangrijk dat je de emoties goed overbrengt. Boos is ook écht boos, en verdrietig klinkt heel anders dan blij. Gebruik hier en daar handgebaren. Las korte stiltes in wanneer het heel spannend is…

7. Taal en verhaal nog beter begrijpen – interactie

Lees niet droog de tekst voor maar zorg dat je kind ook begrijpt waar het over gaat. Leg moeilijke woorden uit. En laat je kind meedenken over de verhaallijn. Geef je kind vooral de ruimte om vragen te stellen of zelf opmerkingen maken.  Stop ook eens tussendoor om vragen te stellen (“Waarom zegt dat jongetje dat nu? Waarom zou hij nu zo boos zijn?”). Ook na afloop van een hoofdstuk bijvoorbeeld is het prima om even over het verhaal na te praten en je kind te laten meedenken. Hoe zou hij het aanpakken, wat zou er nu kunnen gebeuren? Dat stimuleert niet alleen de taalontwikkeling maar ook de fantasie en het inlevingsvermogen.

8. Laat je kind het verhaal navertellen

Als het verhaal is gelezen, laat je kind het dan nog eens aan iemand anders navertellen. Niet alleen goed voor het geheugen maar zo gaat hij het verhaal nog beter begrijpen.

9. Wissel eens af

Lees je vaak dezelfde soort boeken voor? Probeer ook af en toe eens iets anders uit. Laat je kind kennis maken met andere genres, informatieve boeken en gedichten, strips en tijdschriften.

10. Voorleesboeken

Er bestaan ook digitale voorleesboeken en apps of filmpjes. Dat is natuurlijk geen vervanging voor een gezellige moment met een echt persoon, maar als aanvulling daarop kan het wel heel handig zijn. Bijvoorbeeld in de auto op weg naar de vakantiebestemming, of op momenten dat er niemand beschikbaar is om voor te lezen.

Conclusie

Voorlezen is ontzettend leerzaam en als het goed is vinden alle kinderen het fijn. De belangrijkste regel is eigenlijk: het moet leuk blijven. Is het boek duidelijk niet wat je kind leuk vindt, leg het weg en zoek een ander. Is de concentratie van je kind op, ga een andere keer verder. Voorlezen moet een fijn moment zijn waar kinderen naar uitkijken. Daar steken ze uiteindelijk het meeste van op.

(Bronnen: o.m. Nederlands centrum jeugdgezondheid, leesplein.nl, nationalevoorleesdagen.nl)

Mogelijk vind je dit ook interessant