Borstvoeding
Als je zwanger bent of wilt worden is de grote vraag: ga ik borstvoeding geven of niet? Borstvoeding, ja natuurlijk, is de campagne van de rijksoverheid, die nog steeds vrouwen aanraden hun baby in ieder geval de eerste zes maanden zelf te voeden.
Voordelen van borstvoeding geven zijn er velen. Het is veilig, betrouwbaar en natuurlijk:
- Moedermelk is altijd beschikbaar
- Altijd op de juiste temperatuur
- Geeft geen afval
- Het verbetert de band tussen moeder en kind
- Moedermelk past zich niet alleen qua hoeveelheid maar ook qua samenstelling aan naar de leeftijd van het kind. Voor een pasgeborene is de samenstelling van de moedermelk anders dan wanneer de baby zes maanden oud is.
- De baby heeft minder vaak allergische aandoeningen en een beter immuunsysteem
- De moeder heeft een beter herstel na de bevalling, minder kans op botontkalking en minder kans op borstkanker op latere leeftijd
- Praktisch voordeel: geen gedoe met flesjes aanmaken en veel troep meenemen om onderweg te kunnen voeden
Hoeveel eten als je borstvoeding geeft
Hoeveel moet je nu als moeder eten als je borstvoeding geeft? Tijdens je zwangerschap heb je voldoende vetreserves aangelegd zodat eten naar behoefte voldoende is. Je zult wel iets meer gaan eten dan je voor de zwangerschap gewend was omdat je iets meer energie verbruikt. Voor drinken geldt hetzelfde, drink naar behoefte, maar wel tenminste anderhalve liter per dag.
Het is belangrijk om te weten dat moedermelk sporen bevat van wat de moeder eet/ drinkt. Wees daarom voorzichtig met producten die eventueel een allergische reactie kunnen veroorzaken, vooral als er allergie in de familie voorkomt. Ook regelmatig gebruik van alcohol is minder gunstig voor de baby tijdens het geven van borstvoeding. Bij medicijngebruik is het verstandig eerst met de arts of apotheker te overleggen, want moedermelk bevat ook sporen van de door jou gebruikte medicijnen.
Lees meer over wat en hoeveel moet je eten als je borstvoeding geeft. Ook met tips om snel weer in vorm te komen.
Tips om borstvoeding te stimuleren
Borstvoeding kun je proberen te stimuleren door:
- goed voor jezelf te zorgen en voldoende rust te nemen.
- gezond te eten.
- minimaal twee liter per dag te drinken.
- je kindje regelmatig aan te leggen.
- Zorg dan dat je ontspannen bent. Gebruik twee vingers en maak ronddraaiende bewegingen over je hele borst, ook aan de onderkant.
- Of, gebruik een gesloten vuist: rol voorzichtig met je vuist over je borst richting je tepel.
- Gebruik geen massageolie! De geur en smaak kunnen je baby verwarren.
- Als je beide borsten hebt gemasseerd, draai dan één voor één je tepels voorzichtig tussen je wijsvinger en duim. Hierdoor komen er hormonen vrij en wordt je toeschietreflex gestimuleerd.
Hoe vaak en hoeveel
Aan het geven van borstvoeding zijn geen schema's verbonden. Voeden op verzoek betekent dat je je baby zo vaak en zo veel kunt aanleggen als nodig, je baby geeft het zelf aan. Na verloop van tijd ontstaat dan vanzelf een soort regelmaat. In principe heeft je kind eens in de twee à drie uur behoefte. Als hij goed groeit (90 tot 200 gram per week) en voldoende natte luiers heeft (minimaal 4 per dag), weet je zeker dat hij voldoende drinkt.
Regeldagen
Het lijkt soms of je baby onverzadigbaar is en de hele dag door wil drinken. Dit is een zogenaamde "regeldag". Het vaker aanleggen heeft als doel de melproduktie te stimuleren, de borstvoeding past zich zo perfect aan aan de boehoefte van de baby. Regeldagen komen meestal voor rond de leeftijd van tien dagen, zes weken en drie maanden.
De eerste vaste hapjes
Wanneer kan de baby vast voedsel gaan gebruiken? Dit is per individu verschillend. Het begin ligt meestal rond de leeftijd van zes maanden, het belangrijkste is: Kijk naar het kind. De baby zal interesse gaan tonen in het voedsel van de ouders. Ze zullen proberen om het vast te gaan pakken of kauwbewegingen gaan maken. De ene baby zal gemalen/ puree voedsel willen terwijl de andere op een zacht gekookt worteltje knagen lekker vind. Kijk dus goed wel signalen het kind geeft. En laat het kind langzaam maar zeker met de pot mee eten.Door Diana Vredegoor, dietiste