Eenkennigheid of verlatingsangst

Gaat je baby of dreumes enorm huilen als je uit het zicht verdwijnt? Wil het alleen nog maar bij jou zijn, de hele dag? Is het bang voor vrijwel alle andere mensen die hij niet goed kent? Lastig, maar heel normaal en begrijpelijk vanuit zijn standpunt gezien.

Verlatingsangst: mama mag niet weg!

Eenkennigheid wordt ook wel verlatingsangst of scheidingsangst genoemd. Het is een hele normale stap in de ontwikkeling van een kind en komt dan ook vrijwel bij ieder kind voor. Van verlatingsangst is sprake als je kind gaat huilen zodra vertrouwde mensen uit de omgeving even weg gaan. Dit kan zijn wanneer je je kind wegbrengt naar het kinderdagverblijf, maar ook wanneer je je kind naar bed brengt of wanneer hij ‘s nachts wakker wordt en merkt dat hij helemaal alleen is. Hij is bang dat jij hem verlaten hebt en niet meer terug komt. Hij moet nog leren dat ook al ziet hij je nu even niet, je niet voorgoed weg bent!

Eenkennigheid, een normale fase bij je kind

De termen eenkennigheid en verlatingsangst worden vaak wat door elkaar gebruikt. Als je baby tussen de 6 en 9 maanden oud is, leert je baby vreemden van bekenden te onderscheiden. Er zijn meestal een of twee personen waarbij het kind zich echt heel erg vertrouwd voelt terwijl hij voor vrijwel alle andere mensen een beetje bang wordt. Hij wil opeens niet meer bij opa op schoot, of drukt zich tegen zijn moeder aan als de mevrouw achter de kassa tegen hem praat. Deze fase begint overigens
vaak voor het eerste jaar, maar ook peuters hebben vaak nog angst voor het vreemde en onbekende.

Oorzaken eenkennigheid

Eenkennigheid kan van de een op de andere dag ontstaan en is een hele normale

Baby huiltfase in de ontwikkeling. Bijna elk kind heeft er last van. Maar, afhankelijk van het karakter zal het ene kind het er moeilijker mee hebben dan het andere kind.

Je kind gaat steeds meer begrijpen, maar begrijpt ook nog een heleboel niet. Hij ziet nu al wel het verschil tussen bekend en onbekend. Hij onderscheidt bekende gezichten van onbekende gezichten, merkt dat het op het kinderdagverblijf anders toegaat dan thuis. Tegelijkertijd snapt hij nog niet dat onbekende mensen ook
best te vertrouwen kunnen zijn, dat kost tijd om te leren. En vanuit zijn veilige positie vlakbij jou kan hij dat het beste proberen te begrijpen. Het liefst wil hij dus dicht bij jou blijven en vindt het niet leuk als je ervandoor gaat. Hij begrijpt ook nog niet dat als jij uit het zicht verdwijnt, ook al is
het maar voor even, dat je dan niet helemaal verdwenen bent en weer terug zal komen.

Op welke leeftijd komt eenkennigheid het meest voor?

Tussen de leeftijd van 8 en 18 maanden is deze angst het hevigst. Zodra de favoriete ouder of verzorger maar even uit het zicht verdwijnt begint het kind al te huilen. Deze angst kan blijven tot de leeftijd van 3 jaar. Wat oudere peuters en zeker kleuters zullen steeds beter kunnen omgaan met het even zonder de ouders moeten doen. Het kind is meer gewend, kan zich beter uiten en is minder afhankelijk van zijn verzorgers.

Eenkennigheid: hoe er mee om te gaan?

Het is natuurlijk wel een hele eer voor jou als ouder dat je kindje alleen maar bij jou wil zijn, maar het is soms ook wel erg vermoeiend als je geen stap kan zetten zonder dat hij gaat huilen. Ook is het frustrerend als het kind vooral aan de ene ouder hangt en van de andere ouder minder weten wil. Probeer te begrijpen dat het een fase is die heel normaal is en waarschijnlijk vanzelf weer over gaat.

Neem de angst serieus

Het is wel belangrijk om als ouder deze angst serieus te nemen. Troost je kind dus als hij bang of in paniek is, dat geeft een veilig gevoel. Natuurlijk zal hij op termijn wel leren dat ook andere mensen te vertrouwen zijn, maar geef je kind daar de ruimte in. Je kunt het niet forceren.

Ga er niet te veel in mee

Aan de andere kant voelen kinderen ook heel goed aan wanneer ouders zelf ook moeite hebben met de angst van het kind en er te krampachtig mee omgaan. Je kind heeft dan het gevoel dat er echt iets is om bang voor te zijn. Dus wanneer je je kind wegbrengt naar het kinderdagverblijf bijvoorbeeld, houdt het afscheid nemen dan kort. Blijf niet te lang bij je kind en kom niet nog even terug om te kijken hoe het gaat. Dit maakt het voor een kind alleen nog maar moeilijker.

Hieronder een aantal praktische tips hoe te handelen bij kindjes die last hebben van eenkennigheid.




7 praktische tips bij eenkennigheid

  • Wanneer je thuis uit beeld van het kind bent, laat dan je stem nog wel horen. Liedje zingen of een beetje rommelen. Vertrouwde geluiden kunnen je kind geruststellen om over zijn angst heen te komen.
  • Het “kiekeboe” spel is bij baby’s een goede manier om te oefenen dat “niet zien” niet gelijk is aan “weg en niet meer terugkomen”
  • Probeer altijd duidelijk afscheid te nemen van je kindje met een dikke knuffel en een vast ritueel, in plaats van gewoon maar te verdwijnen. Begroet hem natuurlijk ook weer uitbundig als je weer terugkomt.
  • Is je kindje al goed in staat te begrijpen wat je zegt, vertel dan wat er gebeurt en houdt je ook aan deze afspraken. “Mama gaat nu heel even naar boven je knuffel pakken, maar ik kom zo weer terug.” Je kind zal dan gaan huilen, maar laat dat dan ook even zo. Jij komt weer snel terug en zo je kind leert er op te vertrouwen dat jij je aan de afspraken houdt. Je kind oefent op deze manier in het alleen zijn.
  • Tips om kinderen die niet alleen durven te gaan slapen kun je vinden op slaaptips. Even “rommelen” op de gang zodat hij je nog hoort als je uit het zicht verdwenen bent, of de wekkermethode bijvoorbeeld, waarbij je in het begin om de paar minuten even snel je kind komt troosten zodat hij weet dat je niet echt helemaal weg bent.
  • Houdt je aan vaste rituelen. Bijvoorbeeld bij het wegbrengen naar de oppas: jasje uit, even zelf met het kind spelen met zijn favoriete speeltje, zeg tegen het kind dat je nu gaat en dat je vanmiddag weer terugkomt, neem afscheid en loop weg. Laat het aan de oppas over om het kind eventueel te troosten.
  • Heeft het kind een voorkeur voor een van beide ouders, probeer het kind dan ook eens door de andere ouder te laten troosten als de favoriete ouder in de buurt is. Je kunt er dan naast gaan staan en het kind samen troosten. Het kan zijn dat hij zijn armpjes naar de favoriete ouder uitstrekt, maar laat dit dan niet toe. Doe dit ook bij de oppas.

Met dank aan Anouchka Kok en Thessa van Riel, pedagogen

You might also like

Leave A Reply

Your email address will not be published.