Peuterpuberteit: 10 tips bij driftbuien en emoties

Wat (niet) te doen bij ongewenst peutergedrag

Sommige kinderen zijn hun hele peutertijd lang echte engeltjes. Okè, ze zijn wel eens chagrijnig, maar daar blijft het zo’n beetje bij. Bij andere peuters breekt om de haverklap de hel los. Ze schoppen, slaan, krijsen en gooien met alles wat ze in hun vingers krijgen en hebben flinke driftbuien. Het kleine zusje moet het voortdurend ontgelden en op alles wat je zegt krijg je een vastberaden “nee!” terug. Een ernstig geval van peuterpuberteit dus. Waarom kan dat nu per peuter zo verschillen, zelfs bij kinderen van dezelfde ouders?

Wat is de peuterpuberteit eigenlijk precies en misschien nog wel het allerbelangrijkste: hoe ga je er het beste mee om? Eerste hulp bij peuterpuberteit. Onderaan dit artikel 10 tips hoe om te gaan met de driftbui van je peuter of kleuter.

Zelf doen! De frustraties van de peuterpuberteit

De peuterpuberteit begint meestal rond de 18 maanden en duurt tot de kleutertijd. De peuterpuberteit wordt ook wel de “terrible two’s” genoemd. “Ik ben twee en ik zeg nee!” en “Ik ben drie en ik doe het nog steeds nie.” zijn bekende uitspraken.

 Tijdens deze periode ontdekt de peuter dat hij een ander wezen is dan zijn ouders. Hij leert hoe de wereld in elkaar steekt en gaat grenzen uittesten. De peuter wil alles zelf doen en wil graag de controle over zijn eigen leven overnemen. Helaas lukt of mag dat niet altijd, wat zeer frustrerend is voor je kind. En dan wil de bom nog wel eens barsten.

Emotieregulatie

Het probleem voor de peuter is dat hij wel veel wil, maar natuurlijk nog maar vrij weinig echt zelf kan. Het overziet de consequenties niet en kan de verantwoordelijkheid niet nemen. Dit staat hun zo gewilde zelfstandigheid behoorlijk in de weg en dat leidt tot frustraties en soms zelfs tot angst.

Ook kan je kind in de peuterpuberteit last hebben van stemmingswisselingen, wat voor hem zelf ook best verwarrend kan zijn. Het ene moment voelt hij zich ontzettend blij en het volgende bang of verdrietig of boos. Op deze  leeftijd zijn kinderen nog erg ongeremd in hun emoties en kunnen zich nog niet goed beheersen. Het kan regelmatig voorkomen dat je kind zo wordt meegesleept door zijn emoties, dat er geen land mee te bezeilen is: het ontlaadt allemaal in een enorme driftbui.

Wat is een peuter driftbui?

In een driftbui worden heftige emoties geuit. Deze driftbuien komen net zoveel voor bij jongens als bij meisjes. Ook de manier waarop ze zich uiten, is bij jongens en meisjes vergelijkbaar. Van huilen tot zo compleet uit hun dak gaan dat ze moeten overgeven of de haarvaatjes in hun wangen knappen.

Uitingen van een driftbui bij je peuter:

  • huilen
  • adem in houden
  • grommen
  • gillen, krijsen
  • schreeuwen
  • verstijven
  • op de grond laten vallen
  • stampen met de voeten of timmeren met de vuistjes
  • slaan of schoppen
  • duwen/trekken
  • met iets gooien
  • jammeren
  • wegrennen

Bij jonge peuters komt verstijven tijdens dit soort buien relatief vaak voor. Wanneer ze wat ouder zijn, krijgt schreeuwen meer de overhand.

Oorzaak en verloop van een driftbui

Meestal wordt zo’n bui veroorzaakt door (niet willen) eten, slapen, aankleden, een conflict met een ander kind of volwassene of frustratie over een voorwerp (gooien).

De meeste driftbuien zijn na vijf minuten wel over.

Veel kinderen hebben regelmatig driftbuien. Maar ook de meest voorbeeldige kinderen kunnen wanneer ze moe, hongerig of verdrietig zijn in een driftbui belanden. Zelfs de meest bekwame ouder of verzorger kan een incidentele driftbui niet voorkomen. Het hoort er gewoon een beetje bij.

De meeste driftbuien kennen een keerpunt. Voordat dit punt is bereikt, kan handig ingrijpen escalatie voorkomen. Na dit punt zal een eventuele tussenkomst de bui alleen maar verergeren. Zelfs de beste strategieën helpen dan niet meer. Er zit dan niets anders meer op dan de bui maar uit te zitten.

Driftige peuters – slechte ouders?

Niet alleen de peuter raakt gefrustreerd in de peuterpuberteit. Ook ouders kunnen er behoorlijk onder lijden. Omdat peuters nog niet zo goed communiceren is het lastig om te begrijpen wat ze bedoelen. Dat kan erg frustrerend zijn: je wilt wel helpen maar weet niet altijd wat er aan de hand is.

Als je peuter echt door het lint gaat, kun je flink kwaad worden of zelfs bang zijn voor het gedrag van je kind. Misschien schaam je je voor de omgeving als hij een extreme woedeaanval heeft. Sommige ouders maken zich zorgen over deze gevoelens en vragen zich af of ze wel goede ouders zijn.

Mensen zijn geneigd de schuld bij de ouders en hun opvoedmethodes te leggen als een kind veel last heeft van heftige driftbuien. Omdat er ook peuters zijn die hier nauwelijks tot geen last van hebben zal het “dus” wel aan de opvoeding liggen, is dan de redenatie. Vaak is dat onterecht. Het ene kind heeft nu eenmaal wat meer temperament, is meer strong-willed of sensitiever dan een ander. Zelfs binnen één gezin kunnen kinderen van dezelfde ouders heel anders reageren.

Als ouder kun je er niets aan doen of je kind een driftbui krijgt of niet. Maar waar je als ouder wel invloed op hebt, is de manier waarop je met zo’n driftbui omgaat.

Voorkom driftbuien

Hét thema in de peuterpuberteit is zelfstandigheid. Je kind wil graag zelfstandig zijn, de controle over zijn eigen leven overnemen. Jij als volwassene weet dat dat niet altijd kan omdat hij er simpelweg nog niet groot genoeg voor is. Elke dag patat eten is niet gezond en alleen een drukke weg oversteken als je pas drie jaar oud bent ook niet.

Deze tegenstelling tussen enerzijds wel van alles willen maar nog mogen, leidt dan al snel een soort kleine machtsstrijd tussen jou en je peuter. En – als hij die niet wint – flinke driftbuien.

ondeugend jongetje
Stom!! 🙂

Je kunt wat frustratie bij je kind wegnemen door hem in het algemeen wat tegemoet te komen in zijn behoefte aan zelfstandigheid en controle. Op bepaalde punten kan hij die eigen verantwoordelijkheid al prima aan. Hij zal hij hier van genieten en van leren. Wees vooraf duidelijk in waar de grenzen liggen en bewaak die ook stevig, maar geef hem daarbinnen ruimte om zelf te kunnen bepalen hoe of wat. Jij bepaalt bijvoorbeeld dát hij schoenen aan moet als hij naar buiten gaat, maar hij mag kiezen tussen gympen of regenlaarzen.

Als je je kind vaker dit soort kleine maar voor hem belangrijke beslissingen laat maken kan dat al een groot verschil betekenen.

10 tips hoe om te gaan met driftbuien bij peuterpubers

Gaat het toch mis en ben is je kind “ontploft” of staat het op de drempel van een flinke driftbui? De beste manier om hiermee om te gaan, is om negatief gedrag te negeren. Zoals hierboven al is gezegd, zal een kind ook negatieve aandacht als aandacht beschouwen en zal hij vervolgens niet aarzelen om negatief gedrag te gebruiken om in de schijnwerpers te komen.

Wat kun je verder nog doen om negatief gedrag te ontmoedigen?

  • Tip 1. Afleiden

    Dit werkt vooral goed bij erg jonge kinderen. Als je kind op de grond gaat stampen of met iets gooit, wijs dan bijvoorbeeld naar ander leuk speelgoed en probeer zijn interesse daarvoor te wekken. De kans is groot dat hij vergeet waarom hij boos werd.

  • Tip 2. “Nee” geen kans geven

    Als je peuter in de nee-fase zit, zal hij dit woord gebruiken. Zelfs wanneer hij eigenlijk ja bedoelt. De truc is om hem geen kans te geven nee te zeggen. In plaats van een ja-nee-vraag als “Zullen wij een tekening gaan maken?” kun je hem vragen: “Wat wil je doen, samen een tekening maken of met de blokken spelen?”

  • Tip 3. Laat je peuter zoveel mogelijk zelf laten doen

    Aangezien de peuterpuberteit zo’n beetje draait om zelfstandigheid moet je je kind ook de kans geven om zoveel mogelijk zelf te doen. Geef hem de vrijheid die hij zo graag wil. En moedig hem hierbij aan. Zeg dingen als “Knap van jou zeg, dat jij dat al kunt. Wat een grote jongen/meid ben jij al!”. Dit geeft je kindje zelfvertrouwen.



  • Tip 4. Wees duidelijk en consequent

    Wees duidelijk over wat de regels zijn en houd je daar ook consequent aan. Het is voor een kind heel belangrijk om te weten waar de grenzen liggen, want daarbinnen voelt hij zich veilig. Hij weet dan waar hij aan toe is. Zo leert hij om later zelf grenzen te trekken. Ook als je je in een situatie bevindt waarin een driftbui je in verlegenheid kan brengen. Probeer dan toch net zo met je kind om te gaan als anders. Als je je kind extra voorzichtig gaat behandelen, dan plaats je hem in een machtspositie. Hij heeft snel door dat hij nu wel zijn zin kan krijgen en zal dit uitbuiten. Ook is voor hem dan niet meer duidelijk hoe de regels precies in elkaar zitten.

  • Tip 5. Positief gedrag belonen

    Als je kind gewenst gedrag vertoont, laat hem dit dan weten en beloon hem. Een complimentje, knuffel of een duim omhoog is vaak al voldoende. Zo moedig je je kind aan om dat specifieke gedrag te herhalen, en krijgt hij een positief zelfbeeld.

  • Tip 6. Ongewenst gedrag bespreekbaar maken

    Op het moment dat je kind middenin een flinke driftbui zit zal het niet werken, maar het is zeker zinvol om je kind naderhand op zijn gedrag wijzen. Zorg er dan wel voor dat het duidelijk is dat je het gedrag van je kind afkeurt, en niet je kind zelf. Dus niet: “Jij was niet lief net; mama vond jou helemaal niet leuk meer”, maar wel “Wat was jij boos in de supermarkt! Mama vond het niet leuk hoe jij deed!”.

  • Tip 7. Toon begrip voor zijn gevoelens

    Vraag je af waarom je kind bepaald gedrag vertoont en probeer daar op in te spelen. Laat hem ook weten dat je snapt hoe hij zich voelt. Als je kind bijvoorbeeld een driftbui krijgt omdat een ander kind hem heeft gestompt, kun je naderhand zeggen “Nou, dat was niet leuk voor jou hè, dat Thomas jou pijn deed”. Wijs hem daarbij wel op de gevolgen van zijn eigen gedrag, bijvoorbeeld “Maar toen jij daarna met de blokken ging gooien, dat vond mama niet leuk”.

  • Tip 8. Let op je lichaamstaal

    Zorg ervoor dat je uitstraalt wat je zegt. Als je je kind duidelijk wilt maken dat iets niet mag, doe dat dan niet lachend. Dit is erg verwarrend voor je kind: hij weet niet meer of je nu blij of boos bent om wat hij heeft gedaan.

  • Tip 9. Een time-out inlassen

    Als er écht even geen land meer te bezeilen is met je kind en je hem niet kunt bereiken, kun je hem even apart zetten, bijvoorbeeld in de gang of op een stoel. Dit is niet zozeer bedoeld als straf, maar je kind uit de situatie halen kan hem helpen weer rustig te worden. Zorg er hierbij voor dat je zelf rustig blijft en je kind niet naar de time-out-plaats sleept of trekt.

    Je kunt er ook voor kiezen om zelf wat afstand te nemen. Bij hele jonge kinderen kun je jezelf omdraaien en een paar meter verderop gaan staan. Daarmee verkort je de woedeaanval. Houd hierbij een duur aan van een minuut per levensjaar. Niet korter, want dan gaat je kind het zien als een leuk spelletje. Maar ook niet langer, want dan vergeet je kind waarom hij ook alweer moest afkoelen. Een heel jong kind wordt, als een time-out te lang duurt, ongerust en onzeker over jouw gevoelens voor hem.

    Voor straf naar zijn bed sturen is nooit een goed idee: de slaapkamer moet veilig en gezellig aanvoelen. Als hij die plek met straf gaat associëren kunnen er slaapproblemen ontstaan.

  • Tip 10. Routine en structuur

    Een kind voelt zich het meest veilig en op zijn gemak als hij weet waar hij aan toe is. Een vaste routine kan hem dus erg veel houvast bieden. Probeer zoveel mogelijk op gezette tijden te eten, spelen en slapen, zodat je kind weet wat hij kan verwachten en dit ritme als vertrouwd zal ervaren.

3 tips wat NIET te doen bij een driftbui

Uit onderzoek is gebleken dat peuters die veel en heftige driftbuien hebben, vaker worden mishandeld. Nu zal het de meeste ouders wel duidelijk zijn dat mishandeling geen goede manier is om met een driftbui om te gaan. Maar ook andere oplossingen, die op zich best logisch klinken, kunnen anders uitpakken dan je voor ogen had. De volgende (re)acties zijn in ieder geval af te raden:

  • Niet straffen

    Hoe moeilijk het ook is, probeer geen disciplinaire maatregelen te nemen. Zelfs niet wanneer je kind spullen stukmaakt of je lichamelijk pijn doet. Straf is een negatieve vorm van aandacht en kan zelfs averechts werken. Als je kind eenmaal in de gaten heeft dat hij op deze manier je aandacht kan trekken, zal hij het de volgende keer weer doen om aandacht te krijgen.

  • Niet onderhandelen

    Als je kind midden in een driftbui zit, is hij niet voor rede vatbaar. Het heeft dan ook geen zin om te proberen met hem te onderhandelen. Ook dit zal namelijk averechts werken: je kind ziet de driftbui als een methode om aandacht te krijgen en gaat je zo manipuleren.

  • Niet toegeven

    Soms heb je er alles voor over om de lieve vrede weer terug te krijgen. En is het nou echt zo erg om je kind dan toch dat ene snoepje te geven? Helaas zal ook dit juist een tegenovergestelde werking hebben. Je kind zal in de gaten krijgen dat hij zijn zin kan doordrijven met een driftbui en de volgende keer breekt opnieuw de hel los.

Conclusie

De peuterpuberteit speelt meestal tussen de leeftijd van 18 maanden tot aan de kleuterleeftijd. Tijdens deze periode ontdekt de peuter dat hij een ander wezen is dan zijn ouders. Hij leert hoe de wereld in elkaar steekt en gaat grenzen uittesten. Wil alles zelf doen en graag de controle over zijn eigen leven overnemen. Zeer frustrerend voor je kind, omdat dat helaas vaak niet lukt of niet mag. En dan wil de bom nog wel eens barsten.

Als ouder kun je er niets aan doen of je kind een driftbui krijgt of niet. Maar waar je als ouder wel invloed op hebt, is de manier waarop je met zo’n driftbui omgaat.

Door Helen Engelbarts, met dank aan pedagoge Lenny van Rosmalen

You might also like