Zwangerschapsdiabetes

Tijdens je zwangerschap kun je te maken krijgen met verschillende problemen. Je lichaam draagt een foetus, waardoor je stofwisseling aardig in de war kan raken. Een van deze problemen is zwangerschapsdiabetes. Wat is dit precies? En wat doe je als je zwangerschapsdiabetes krijgt?

Wat is zwangerschapsdiabetes?

Tijdens de zwangerschap maakt je lichaam allerlei andere hormonen aan. Je lichaam reageert daardoor tijdelijk minder goed op insuline. Dit is het hormoon dat ervoor zorgt dat je cellen suiker uit het bloed opnemen. Bij een normaal verlopende zwangerschap maakt het lichaam tijdelijk extra insuline aan. Daardoor nemen de cellen voldoende suiker op en blijft de bloedsuikerspiegel op een normaal niveau. Bij zwangerschapsdiabetes maakt je lichaam niet genoeg extra insuline aan, waardoor de bloedsuikerspiegel stijgt.

Deze vorm van diabetes kan ontstaan vanaf de 24e week van de zwangerschap. Zodra je bevallen bent, verdwijnt het ook weer.

Hoe herken je zwangerschapsdiabetes?

Er zijn verschillende symptomen van zwangerschapsdiabetes. Je merkt het niet direct als je zwangerschapsdiabetes hebt. Je kunt niet zomaar je bloedsuiker opmeten en uit het resultaat aflezen of je zwangerschapsdiabetes hebt. Een speciale test wijst uit of er bij jou sprake is van zwangerschapsdiabetes. Verder kun je het herkennen aan de volgende symptomen:

  • Je hebt veel dorst, waardoor je veel gaat drinken.
  • Je moet vaak en veel plassen.
  • Bij de echo blijkt dat je baby groter is dan gemiddeld voor de duur van je zwangerschap.
  • Sommige vrouwen krijgen last van vermoeidheid of jeuk.

Risicogroepen

Je hebt een verhoogd risico op zwangerschapsdiabetes in een van de volgende gevallen:

  • Als je al eerder zwangerschapsdiabetes hebt gehad.
  • Wanneer je eerder een kindje kreeg die bij de geboorte zwaarder was dan 4500 gram.
  • Voor de zwangerschap ben je al veel te zwaar (BMI >30).
  • Als diabetes type twee bij jou in de familie zit. Je broer, zus, vader of moeder heeft dit.
  • Bij een te hoog cholesterol of een te hoog bloedsuikergehalte.
  • Wanneer je eerder een miskraam hebt gehad.
  • Als je van Marokkaanse, Turkse of Hindoestaanse afkomst bent.

Als je in een van deze risicogroepen valt, krijg je meestal rond de vierentwintigste week een test waaruit blijkt of je zwangerschapsdiabetes hebt. Heb je al eerder zwangerschapsdiabetes gehad? Dan krijg je deze test nog wat eerder, ergens tussen de zestiende en achttiende week van je zwangerschap.

Risico’s van zwangerschapsdiabetes

De baby van een moeder met zwangerschapsdiabetes is vaak groot bij de geboorte. Dit maakt de bevalling moeilijker. Uit onderzoek is gebleken dat deze baby’s later een grotere kans hebben op diabetes type twee. Ook bij moeders die zwangerschapsdiabetes hebben gehad is het risico op diabetes type twee op latere leeftijd groter. Daarnaast stijgt de kans op een postnatale depressie na de zwangerschap.

Na de bevalling kan je kindje een te laag bloedsuiker hebben. Je baby moet dan in het ziekenhuis blijven tot de bloedsuikerspiegel normaal is. Meestal is dit goed te behandelen met een infuus of extra voeding. Als je zwangerschapsdiabetes hebt, kan je baby soms ook geelzucht krijgen. Dit is in de meeste gevallen onschuldig. De lever van je baby moet in de eerste dagen na de geboorte nog op gang komen. Als de geelzucht na enkele dagen nog niet verdwenen is, neem dan contact op met de huisarts.

Behandeling van zwangerschapsdiabetes

Wanneer de bloedsuikerspiegel met gezonde voeding niet stabiel wordt, krijg je extra insuline toegediend. De orale medicatie die normaliter bij diabetes wordt gebruikt, kan tijdens de zwangerschap niet worden gegeven. Deze medicatie passeert namelijk de placenta, waardoor de medicijnen ook in het lichaam van je baby terecht komen.

Als je  zwangerschapsdiabetes hebt, is een bevalling in het ziekenhuis noodzakelijk.

Kun je zwangerschapsdiabetes voorkomen?

Het is nog niet helemaal duidelijk waarom de ene vrouw wel zwangerschapsdiabetes krijgt en de andere niet. Je kunt er niets aan doen als je in een risicogroep valt. Wel kun je proberen om je bloedsuikerspiegel zo stabiel mogelijk te houden. Ook als je zwangerschapsdiabetes hebt, is het verstandig om je bloedsuikerspiegel op peil te houden. Dit doe je door goed op je voeding te letten. Hieronder vind je enkele tips:

  • Eet drie gezonde maaltijden per dag.
  • Neem niet vaker dan drie tot viermaal per dag een klein tussendoortje.
  • Kies vooral volkorenproducten, groenten, fruit en peulvruchten. Deze producten geven hun koolhydraten langzamer af, waardoor de bloedsuikerspiegel niet ineens een piek vertoont.
  • Eet niet teveel snelle suikers. Dit zit o.a. in witbrood, frisdrank, koekjes of gebak, snoepjes en alle andere producten waar veel suikers aan worden toegevoegd.

Als je er zelf niet uitkomt of wanneer je bepaalde specifieke dieetwensen hebt, kun je een diëtist om hulp vragen.

Ook interessant

Reageer

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.