Een kraambedpsychose … het kan iedereen overkomen!

Elk jaar krijgen in Nederland ongeveer tweehonderd vrouwen die net bevallen zijn te maken met een kraambedpsychose. Als gevolg van een stressvolle gebeurtenis, in dit geval de bevalling, raakt de moeder in een psychose. Hoe voel je je als moeder in zo’n situatie? Wat gaat er door je heen? En wat merkt de omgeving ervan?

Het begint bij de bevalling

Petra beviel in het ziekenhuis van haar dochter Noya. Na drie dagen mocht Petra naar huis, maar Noya moest nog wat langer in het ziekenhuis blijven. Samen met haar vriend reed ze elke dag heen en weer naar het ziekenhuis. Drie keer per nacht stond Petra op om te kolven, ze sliep nauwelijks, maar ze barstte van de energie. ‘Door het slaaptekort ging ik hallucineren, maar dat had ik zelf niet door’, vertelt ze. ‘Ik voelde me licht in mijn hoofd, maar in plaats van dit te wijten aan het slaaptekort, dacht ik dat mijn vriend mijn eten vergiftigde.’

Toen ze tijdens een kraambezoek haar vriendin vroeg om eten te maken, vroeg deze verbaasd waarom. ‘Het eten van mijn vriend is niet veilig’, antwoordde Petra. Haar vriendin lichtte, in overleg met Petra’s vriend, de huisarts in. Er kwam iemand van de GGZ langs, die een medicijn tegen psychose voorschreef. Maar dat sloeg niet aan.

‘Van die dagen herinner ik me nog maar weinig’, zegt Petra verdrietig. ‘Ik weet nog dat mijn vriend me op een gegeven moment vertelde dat ik naar een kliniek zou gaan. Zodat ik daarna beter voor onze dochter Noya zou kunnen zorgen. Zelfs toen ik in de kliniek overal borden  met “psychiatrie” zag staan, had ik nog steeds niets door. Eerlijk gezegd dacht ik dat we met een smoes naar de kliniek gingen. Zodat mijn vriend zou worden opgepakt. Want hij was immers gevaarlijk, niet ik.’

Tweeënhalve maand lang bleef Petra in de kliniek. Ook haar dochter Noya bleef daar, maar niet bij Petra op de kamer. ‘In het begin was ik daar heel boos over, zelfs zo boos dat ik in hongerstaking ging’, vertelt Petra. ‘Achteraf begrijp ik het wel. Soms kunnen vrouwen met een psychose gevaarlijk zijn, die kunnen hun kind wat aandoen. Die neiging heb ik bij Noya gelukkig nooit gehad.’

Een kraampsychose ontstaat binnen enkele uren tot vier weken na de bevalling. De precieze oorzaak is onbekend. Er zijn aanwijzingen dat een verstoord immuunsysteem tijdens de zwangerschap mogelijk een rol speelt. Als je eerder een kraampsychose hebt gehad, is de kans op herhaling bij een volgende bevalling 60 tot 90 procent.

Opname op een gesloten afdeling

Ook Mariska kreeg last van een kraampsychose. Ze werd opgenomen op een gesloten afdeling. Haar zoon Tim verbleef ook in de kliniek, maar op een aparte afdeling. Mariska mocht hem alleen onder begeleiding van een verpleegster zien. De eerste maand ging het slecht met Mariska. Ze herinnert er zich niet veel meer van. ‘Het meeste heb ik van horen zeggen’, vertelt ze. ‘Om het slapen te stimuleren, kwam ik in een prikkelarme separeercel. Daar heb ik een week ingezeten. Uiteindelijk heb ik de laatste dag 24 uur achter elkaar geslapen. Vanaf dat moment ging het langzaam beter.’

Tijdens een psychose zijn veel verbindingen in je hersenen verstoord. Door veel slapen kunnen deze worden hersteld. Een van de eerste symptomen van een kraambedpsychose is dan ook dat je (bijna) niet slaapt. Maar toch voelt het alsof je bomvol energie zit. Tot je instort. Dan beginnen vaak de waanbeelden.

Petra stond op een gegeven moment midden in de nacht tegen de deur van de kamer van haar dochter Noya aan te krabben. Ze wilde ontzettend graag naar binnen. Op dat moment is ze in de isoleercel geplaatst, een hele week. ‘Ik vond het eng en ik wist niet meer hoe ik daar terecht was gekomen. De camera hield me constant in de gaten. Ik probeerde me te verstoppen onder het matras. Maar dat werkte natuurlijk niet. Daarna begon ik obscene gebaren te maken naar de camera en te schreeuwen, alles om de aandacht te trekken.’

‘In een helder moment besefte ik dat ik keihard moest werken om hier uit te komen’, vertelt Petra. ‘Dus toen ik uit de isoleercel mocht na zeven dagen, heb ik uiteindelijk de medicatie geaccepteerd die ze me aanboden. Vanaf dat moment ging het beter. Ik kon meer slapen en werd langzaam weer mezelf.’

Na ontslag uit de kliniek

Na drie maanden mocht Mariska weer naar huis, samen met Tim. De eerste drie weken sliepen Mariska, Tim en haar man bij Mariska’s ouders in huis. Zodat ze weer aan elkaar konden wennen. ‘Ik voelde toen nog steeds geen emoties’, vertelt Mariska. ‘Bij het fietsen hing ik als een dweil over het stuur. Tot we werden ingehaald door een oude man met rollator. Mijn man riep toen dat ik eindelijk eens normaal moest doen. Uit woede trapte ik toen keihard weg. Maar daarna voelde ik een soort opluchting. Langzaam werd ik weer de oude.

‘Van de arboarts mocht ik tot negen maanden na de bevalling thuis blijven’, zegt Mariska opgelucht. ‘De eerste tijd voelde ik voor mijn zoon Tim weinig emotie. Dit bleek gelukkig een bijwerking te zijn van mijn medicijnen. Toen ik die afbouwde, ging het beter. Een paar maanden nadat ik weer thuis was, zou ik bij een vriendin op haar kind passen. Maar die raakte in paniek. Ze was bang dat ik de zorg niet aan zou kunnen. Dat kwetste me. Maar na een goed gesprek zijn we er wel weer uitgekomen.’

Veel steun vanuit de omgeving

Ook Petra kreeg veel steun van haar omgeving. ‘Ik was bang dat mensen me vreemd aan zouden kijken. Maar ik heb nog nooit negatieve reacties gehad. Niet iedereen weet ervan, maar degenen die het wel weten begrijpen dat het iedereen had kunnen overkomen.’

Toch schrokken sommige mensen uit haar omgeving ervan toen ze vertelde dat ze weer zwanger was. ‘De kans op herhaling is groot’, vertelt Petra.  ‘Maar we wilden zo graag nog een broertje of zusje voor Noya. Voor de tweede bevalling hebben we extra voorzorgsmaatregelen genomen. Ik stopte eerder met werken, ik slikte preventief medicijnen en mijn man deed de eerste weken de nachtvoedingen. Daardoor kon ik langer slapen. Het is allemaal goed gegaan. Ik ben zelfs thuis bevallen!’

Die tweeënhalve maand die Petra in de kliniek doorbrachten blijven een stempel op haar drukken. ‘Ik kan het maar moeilijk vergeten. Gelukkig heeft Noya er geen achterstand door opgelopen. Ik was bang dat ze misschien een hechtingsstoornis zou ontwikkelen, maar uit tests bleek dat er niets aan de hand is. Ze is nu gewoon een opstandige kleuter’, vertelt Petra met een glimlach.

Meer informatie over kraambedpsychose?

Wil je meer weten over een kraambedpsychose? Op de website kraambedpsychose.nl vind je meer ervaringsverhalen van vrouwen die dit hebben doorgemaakt.

Bronnen: kraambedpsychose.nl, Gezondheidsplein.

Ook interessant

Reageer

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.