Verklarende woordenlijst
Als
je zwanger bent of je partner is zwanger gaat er een hele nieuwe wereld
voor je open. Verloskundigen, artsen en (andere) zwangere vrouwen
lijken een heel andere taal te praten: zwangerschapslatijn.
Hieronder wat terminologie en uitleg van de meest voorkomende
afkortingen en de zwangerschapskaart.
De zwangerschapskaart
De verloskundige of arts zal elke controle van de zwangere vrouw een
kaart bijhouden. Vaak krijg je de kaart ook mee naar huis
en moet je deze bij je hebben op het moment dat je weer op controle
gaat of gaat bevallen.
- A terme De uitgerekende datum.
- Edlm Eerste dag van de laatste
menstruatie. Van belang om de uitgerekende datum te kunnen bepalen
- Gravida Het aantal keren dat de vrouw al zwanger
is geweest
- Para Het aantal keren dat de vrouw al
eerder is bevallen
- Familie Anamnese Medische
voorgeschiedenis van de familie
- Amenorroe Het aantal weken en dagen
dat de vrouw zwanger is
- RR Bloeddruk van de moeder
- alb / albumine Hiermee wordt
aangegeven of er eiwit in de urine van de moeder is gevonden
- red / reductie Hiermee wordt
aangegeven of er suiker in de urine is gevonden
- Hb / hemoglobine
Het ijzergehalte in het bloed van de moeder
- Cort. / cortonen Op de kaart wordt
vermeld of de hartslag van de baby is gehoord. geeft aan of de hartslag
van de baby gehoord is
- Hoogte van de fundus De verloskundige
houdt bij hoe hoog de baarmoeder komt. Dat wordt ten opzichte van vaste
punten gedaan. Bijv. "N" betekent dat de baarmoeder tot de navel komt.
X=xyphoid, d.w.z. het puntje onderaan je borstbeen
Je ziet ook wel eens "cm/symf" op de kaart
staan, dan wordt er bedoeld de hoogte van de baarmoeder in centimeters.
- Ligging Als de verloskundige (van
buitenaf) kan voelen hoe de baby ligt wordt dit op
de kaart vermeld. Dat kan zijn
ball+ = ballotement, het is nog niet goed te voelen waar de billen en
het hoofdje liggen
cbbbi=caput (hoofdje) bewegelijk boven bekkeningang
(nog niet ingedaald dus)
cbibi=caput (hoofdje) bewegelijk in bekken ingang
(een stukje ingedaald)
cvibi=caput vast in bekkeningang, het hoofdje is
volledig ingedaald.
cif= caput in fundo, het hoofdje ligt boven dus in stuitligging.
- Oedeem Hou je vocht vast?
- Hypertensie Hoge bloeddruk
- Rev. / revisie Het aantal weken voor de
volgende controle
Verder wil de verloskundige weten of je bepaalde ziekten hebt gehad of
hebt, zoals
- Varicella Waterpokken.
- Rubella Rode hond
- HSV1 Koortslip
- HbsAg Hepatitis, een leverziekte
- THPA Lues/syfilis
- HIV Aids virus
- PAPP smear of cervix uitstrijk Is er
ooit een uitstrijkje van de baarmoederhals
gemaakt en wat was de uitslag?
Andere afkortingen:
- ha huisarts
- vv verloskundige
- oac orale anti-conceptie
Overig
| Ab. prov. / abortus provocatis |
Abortus (i.t.t. een spontane miskraam) |
| Cervix |
Het gedeelte tussen de baarmoedermond en de baarmoeder
|
| Congenitaal |
Aangeboren of erfelijk. Bijv. komen er congenitale
afwijkingen in de familie voor? |
| Colostrum |
Voormelk, de eerste melk die uit de borsten van de
pasbevallen moeder komt |
| Epidurale pijnbestrijding |
Ruggenprik |
| Episiotomie |
Een "knip" in het baringskanaal om de baby meer ruimte
te geven geboren te laten worden |
| Foetus / embryo |
Vanaf de 8e week tot aan de geboorte wordt het
ongeboren kind een foetus genoemd. Daarvoor heet het embryo. |
| hCG |
Hormoon dat ervoor zorgt dat de zwangerschap in stand
blijft. |
| Oxytocine |
Hormoon dat de weeën opwekt en stimuleert |
| Ovulatie |
Het moment waarop het eitje bij de vrouw vrijkomt uit
de eierstok |
| Partus |
Bevalling |
| Perineum |
Gebied tussen de anus en het vrouwelijk geslachtsdeel |
| Pre-eclampsie |
Zwangerschapsvergiftiging |
| Placenta |
Moederkoek, om voedingsstoffen van de moeder naar het
kindje te transporteren en afvalstoffen weer terug. De moederkoek is
via de navelstreng met de moeder verbonden. Moeder en kind hebben ieder
hun eigen bloedsomloop! |
| Strippen |
Het losser maken van de vliezen bij de baarmoedermond
om te proberen de bevalling op gang te helpen.
|
| Vaginaal toucher |
Inwendig onderzoek |
| Weeenstorm |
Als tijdens de ontsluitingsfase van de bevalling
krachtige weeen elkaar in hoog tempo opvolgen zonder veel
tussenpauze en niet goed meer op te vangen zijn door de vrouw.
|
| Zygote |
Bevruchte eicel
|