Meer over kinderwens:

 

De bevruchting: over eitjes en zaadjes

De allereerste stap op weg naar een nieuw leven is de bevruchting: een zaadcel moet in een eicel binnen weten te dringen en de kernen moeten versmelten. Daarna volgen nog veel meer belangrijke stappen, van celdelingen tot innesteling in de baarmoeder en het uitgroeien tot een echt mensje. En bij al die stappen kan het nog mis gaan. Maar zonder de eerste stap is er uberhaupt geen sprake van een zwangerschap.

Seks rond de eisprong

sperma en ei

Bij de bevruchting draait alles om de timing. Halverwege de menstruatiecyclus treedt de ovulatie op: er komt een eitje vrij dat vanuit de eierstok via de eileiders af naar de baarmoeder afdaalt. Wanneer het eitje precies vrijkomt, het ovulatietijdstip, is een belangrijk gegeven om te weten als je zwanger wilt worden. Het eitje moet namelijk in deze periode bevrucht worden. Het is zaak dat de zaadjes op het moment dat het eitje vrijkomt en afdaalt al in de buurt aanwezig zijn of daar snel aan zullen komen. Zowel eicel als sperma hebben een beperkte levensduur. Om de kansen op een zwangerschap te verhogen kun je dus het beste één of twee dagen voor de eisprong seks hebben.

Wanneer is de ovlautie? Voelen, berekenen of testen

Hoewel sommige vrouwen de eisprong zelf schijnen te voelen, is het voor het merendeel van de vrouwen niet duidelijk wanneer dat precies gebeurt. Vrouwen met een hele regelmatige cyclus kunnen de dag ongeveer zelf uitrekenen: meestal is dat zo'n 14 dagen voor de volgende menstruatie begint.

Bepaal de eisprong met de temperatuurmethode

Een andere methode om te bepalen wanneer de ovulatie plaatsvindt is de temperatuurmethode. Je dient hiervoor elke ochtend, nog voor het opstaan je temperatuur op te nemen en op te schrijven en uit te tekenen in een grafiek. De eerste helft van je menstruatiecyclus zul je een lagere temperatuur hebben dan in de tweede helft. Op het moment dat je ovulatie is geweest stijgt je lichaamstemperatuur met 0.2 tot 0.4 graden Celsius. Wanneer je weer ongesteld wordt daalt de lichaamstemperatuur tot de waarden die je in het begin van je cyclus hebt. Als je dit vaak genoeg doet kun je na verloop van tijd een bepaalde regelmatigheid gaan zien in de temperatuurwisselingen, zodat je een idee hebt wanneer de ovulatie meestal plaatsvindt. Het is een goedkope methode maar omdat het maar om een heel klein temperatuurverschil gaat niet de meest duidelijke. Bovendien weet je pas achteraf of je een eisprong hebt gehad.

Ovulatietesten

De meeste zekerheid krijg je toch wel met het gebruik van speciale ovulatietesten. Deze testen werken, net als zwangerschapstesten, op een bepaald hormoon in je urine. Het staafje dat je in de urine doopt geeft van te voren aan dat er eisprong gaat komen. Er zijn diverse merken te koop, sommige werken wat beter dan andere. De bekende merken zijn iets duurder maar werken in ieder geval goed.

Zaadcellen - kwaliteit en levensduur van sperma

De produktie van sperma is een zeer ingewikkeld proces dat begint tijdens de pubertijd en dat bij gezonde mannen tot de dood voortduurt. Per dag maakt de man ongeveer 70 miljoen zaadcellen aan die er ongeveer drie maanden erover doen tot ze volgroeid zijn. Anders gezegd: van het begin tot het eind duurt de produktie van zaadcellen ongeveer 72 dagen. Zaadcellen brengen de eerste 50 dagen door in de testikels en de laatste 22 tot 24 dagen in de bijbal. In de bijbal rijpt het zaad en krijgt het de mogelijkheid om te zwemmen.

De kwaliteit van het sperma wordt beïnvloed door de frequentie van zaadlozing. Te lang "sparen" is niet goed voor de kwaliteit van de zaadcellen. Maar te veel zaadlozingen achter elkaar zorgen er voor dat het sperma weinig zaadcellen bevat. Een dagelijkse ejaculatie veroorzaakt uitputting van de voorraad zaadcellen: de eerste zaadlozing bevat de meeste zaadcellen, de tweede al aanmerkelijk minder. In de derde zaadlozing zijn meestal nauwelijks nog spermacellen te vinden.

Om de kwaliteit van het sperma optimaal te houden is het dus het beste om niet te vaak en niet te weinig te vrijen (klaar te komen). Soms wordt er beweerd om de twee tot drie dagen vrijen. Andere onderzoeken beweren dat een vrijfrequentie van elke 36 tot 48 uur een goede zaadkwaliteit geeft.

Als je het hebt over sperma, zaadcellen en vocht, wat vrijkomt bij ejaculatie, dan heeft sperma een bepaalde levensduur in het vrouwelijke lichaam, dit varieert van 7 dagen tot 72 uur. De zaadjes van het sperma zullen dus het sterkst aanwezig blijven als je dus om de 72 uur weer een nieuwe verse lading sperma binnenbrengt.

Geslacht van je baby beïnvloeden

Heb je voorkeur voor een meisje? Of toch liever zo'n schattig klein kereltje? Het is natuurlijk een rijkeluiswens, want het is in veel gevallen al moeilijk genoeg om zwanger te raken. En ben je zwanger, dan is natuurlijk het belangrijkste dat je kindje gezond is. Wat wel een belangrijke reden kan zijn waarom je liever een meisje dan een jongen zou willen hebben is als er in de familie een ernstige erfelijke aandoening voorkomt die alleen bij jongens voorkomt. Ga in dat geval eerst eens met de huisarts praten.

Als het niet om iets dergelijks gaat hebben vaders en moeders soms toch stiekem een voorkeur, al wordt dat zelden hardop uitgesproken. Bij eerste kindjes, maar vooral ook bij een volgend kindje in een gezin. Het liefst twee jongens, of toch liever een jongen en een meisje, of een meidengezin? Ieder zo zijn wensen.

Hoe kun je vooraf het geslacht van je baby beïnvloeden? Het is mogelijk om in een laboratorium de zaadjes te scheiden in jongens- en meisjeszaadjes. Maar dat wordt om ethische redenen in Nederland en België in principe niet mogelijk gemaakt (tenzij er sprake is van zeer zwaarwegende omstandigheden zoals zeer ernstige erfelijke ziektes).

Hoe kun je bij een normale, niet kunstmatige bevruchting nog de kans op een jongen of een meisje verhogen?

Er is veel zin en onzin geschreven over manieren om het geslacht te kunnen beïnvloeden.

Een methode die in ieder geval de kans op het gewenste geslacht lijkt te verhogen is de zogenaamde "Shettles methode". In het kort komt deze erop neer dat jongensverwekkende zaadcellen sneller zijn, maar meisjesverwekkende zaadcellen langer leven. Wil je een jongen dan is het dus zaak op of vlak voor de eisprong te vrijen. Wil je een meisje dan moet je juist veel vrijen in de dagen ervoor en 2 tot 3 dagen voor de verwachte eisprong niet meer.

Geen garantie!