De bevalling
Onderwerpen:
|   | ♦ voorbereiding |   |   |
|   | ♦ Wanneer begint de bevalling? |   |   |
|   | ♦ de bevalling begint |   |   |
|   | ♦ ontsluiting |   |   |
|   | ♦ uitdrijving |   |   |
|   | ♦ kunstverlossing |   |   |
|   | ♦ thuis of in het ziekenhuis |   |   |
|   | ♦ doula |   |   |
Voorbereiden op de bevalling
Elke bevalling (ook wel partus genoemd) is anders, zoals ook elke vrouw anders is. Maar zelfs als je al een keer bevallen bent wil het niet zeggen dat je precies weet wat je te wachten staat. Een tweede (of een derde of een vierde...) bevalling verloopt soms weer heel anders dan een eerste. Natuurlijk heb je de tweede keer wat meer ervaring. Vragen als wanneer bel ik de verloskundige, hoe is het om met weeën in de auto te zitten, wat doet de kraamhulp, wat moet ik in huis hebben kun je waarschijnlijk nu beantwoorden. Maar elke bevalling beleef je toch weer anders.
Je kunt je vooraf goed laten informeren, als je dat prettig vindt tenminste, maar maak je er verder niet te veel zorgen over. Je kunt toch niet voorspellen hoe het precies zal gaan. "Ik zal wel zien hoe het gaat" is de meest relaxte houding. Als het moment daar is is het beste advies dan ook "ontspannen". Angst, stress en onrust zorgen voor extra adrenaline in je bloed dat de weeën juist afremt. De bevalling zal zo alleen maar langer duren. Niet voor niets is het belangrijkste wat je leer op de zwangerschapscursussen hoe je moet ontspannen.
Wat je aan praktische voorbereiding moet doen: haal klossen in huis zodat je bed op de juiste hoogte staat. Als je thuis bevalt heb je wat spullen nodig die meestal in het kraampakket zitten (zie ook wat heb je nodig? op deze site). Zet sowieso een koffertje klaar voor als je gepland of ongepland naar het ziekenhuis moet. Stop hier wat spullen voor jezelf in (een oud shirt waar je in kunt bevallen, warme sokken, een schoon nachthemd en schone kleding voor na de bevalling, tandenborstel, slippers etc.) en voor de baby (een rompertje, truitje+broekje of pakje, sokjes, een warm jasje of omslagdoek en een mutsje voor de thuisreis, maxi-cosi) en een ponskaartje van het ziekenhuis of verzekeringsbewijs en je fototoestel. Leg ook de zwangerschapskaart klaar zodat de verloskundige of arts die bij de bevalling helpt direct kan zien hoe je zwangerschap is verlopen. Een lijst met telefoonnummers van mensen die je moet bellen (verloskundige, oma's, werkgevers) als het zover is bij de telefoon is altijd handig zodat je op het moment zelf niet hoeft te gaan zoeken.
Een goed boek waarin duidelijk wordt uitgelegd wat je kunt doen om je weeen op te vangen en de bevalling zo goed mogelijk door te komen is "Duik in je weeen". Een praktisch boek met duidelijke tekeningen en instructies.Wanneer begint de bevalling?
De meeste bevallingen beginnen ergens tussen de 37 en 42 weken. Maar waarom komt het ene kind met 38 en de ander met 40 weken? Er zijn sterke aanwijzingen dat de baby zelf aangeeft wanneer het tijd is: door signalen uit de hersenen van de baby wordt in het lichaam van de moeder een aantal processen in gang gezet.
Als je zwanger bent heb je een grotere productie van het hormoon progesteron. Dit hormoon zorgt ervoor dat de baarmoederspieren ongevoeliger zijn. Hierdoor gaat de baarmoeder niet voortijdig samentrekken. Aan het eind van de zwangerschap neemt de productie van progesteron af. Hierdoor kan een ander hormoon, prostaglandine, juist meer worden aangemaakt. Dit hormoon zorgt ervoor dat de baarmoedermond verweekt en zorgt voor voorweeën.
Door het hoger worden van het prostaglandinegehalte worden de hersenen van de moeder op een gegeven moment aangezet om oxytocine te gaan maken. Oxytocine is HET bevalhormoon. Dit zorgt ervoor dat de baarmoeder gaat samentrekken. In het begin is er nog weinig oxytocine in het lichaam, hierdoor beginnen de weeën rustig. Maar het proces versterkt zichzelf, er wordt steeds meer oxytocine geproduceerd, hierdoor worden de weeën steeds krachtiger en kan de ontsluiting vorderen.
De bevalling begint
Hoe weet je nou dat de bevalling begint? Er is een aantal mogelijkheden:
- Weeën;
- Verliezen van de slijmprop;
- Verliezen van vruchtwater;
- Inleiden .
Weeën
Meestal begint de bevalling met weeën die met regelmatige tussenpozen komen. Weeën zijn samentrekkingen van de baarmoeder die ervoor zorgen dat de baarmoedermond verweekt en uiteindelijk opengaat (de ontsluiting). Maar hoe voelen weeën eigenlijk? Je hoort wel eens dat vrouwen aan het begin van hun bevalling denken dat ze ziek worden, of iets verkeerds gegeten hebben en last van darmkrampen hebben. Maar deze "krampen" komen op, worden sterker en ebben weer weg. Dan heb je even rust tot de volgende wee begint. In het begin kan er wel een kwartier of een half uur tussen de weeën zitten, maar als het echte weeën zijn gaan elkaar steeds sneller opvolgen en worden steeds sterker.
Je moet de baarmoeder zien als een grote spier. Het samentrekken ervan kan, als de weeën goed op gang zijn, behoorlijk pijnlijk worden. De eerste periode van weeën is meestal niet erg pijnlijk. Je voelt ze wel, maar ze komen nog niet snel achter elkaar en duren niet lang. Je kunt niet alleen weeën in je buik voelen, maar ook in je rug, in je benen of een combinatie daarvan.
Je moet de verloskundige bellen als de weeën om de vier tot vijf minuten komen en een minuut aanhouden. Als een eventuele vorige bevalling heel snel is gegaan moet je eerder bellen. Overleg dit met je verloskundige.
Verliezen van de slijmprop / tekenen
De bevalling kan ook beginnen met het verliezen van wat slijmerig rood bloed, de slijmprop. Dit is een teken dat de baarmoedermond zich aan het openen is (ontsluiten). Dit wordt "tekenen" genoemd.
Een heel klein beetje bloed (de slijmprop) is normaal, de bevalling gaat beginnen maar het kan ook nog wel een paar dagen duren. Wacht dus (in ieder geval 's nachts!) met bellen van de verloskundige tot je vruchtwater breekt of je weeën krijgt. Bel wel direct als je veel bloed verliest of het niet vertrouwt.
Verliezen van vruchtwater
Soms breken eerst de vliezen waardoor je vruchtwater verliest. Je kunt vruchtwater druppelsgewijs verliezen of in een grote plons. Het vruchtwater blijft lopen en is meestal kleurloos, wit of lichtroze. Twijfel je of het vruchtwater is (afscheiding of urine kan ook een verklaring zijn voor wat vochtverlies): vruchtwater heeft een onmiskenbare weeïge zoete geur die met niets anders te vergelijken is. Met gebroken vliezen mag je niet in bad en geen sex meer hebben vanwege het infectiegevaar.
Als je vliezen gebroken zijn en het kindje is nog niet ingedaald, ga dan eerst liggen (ook in de supermarkt!) en bel de verloskundige. Dit om te voorkomen dat het kindje naar beneden zakt met de navelstreng om het nekje. Bel ook direct de verloskundige als je vruchtwater is gebroken en het water is groen of bruin van kleur. Dit is meconium houdend vruchtwater: de baby heeft in het vruchtwater gepoept wat een teken is dat hij het benauwd heeft. Zijn je vliezen gebroken en is het vruchtwater helder dan moet je wel de verloskundige bellen, maar dit heeft niet zoveel haast. Is het midden in de nacht, wacht dan nog even tot de volgende ochtend.
Inleiden
De bevalling kan natuurlijk ook kunstmatig worden opgewekt (ingeleid) door de verloskundige of gynaecoloog. Meestal met behulp van een infuus met weeënopwekkende middelen.
Ontsluiting
Onder invloed van het hormoon oxytocine starten de ontsluitingsweeën. Deze weeën dienen ervoor de baarmoedermond te laten verweken en open te laten gaan zodat de baby er door kan. In het begin zijn de weeën nog niet zo krachtig en komen om de 4 tot 5 minuten terwijl ze een tot anderhalve minuut duren. Dit is het moment om de verloskundige te bellen, die verder zal controleren hoever de ontsluiting is gevorderd. Afhankelijk van de snelheid van de ontsluiting en de conditie van jou en je kind gaat ze mogelijk weer even weg tot de ontsluiting verder gevorderd is. Naarmate de ontsluiting vordert worden de weeën sterker en volgen ze elkaar sneller op. Gemiddeld vordert de ontsluiting bij een eerste kindje met 1 centimeter per uur. Voor totale ontsluiting staat 10 centimeter, dus gemiddeld 10 uur. De tweede of volgende keer gaat dat sneller.
Tijdens de laatste paar centimter ontsluiting hebben de meeste vrouwen het het zwaarst. De weeën zijn krachtig en volgen elkaar snel op. Soms worden vrouwen misselijk of moeten ze overgeven. Andere vrouwen hebben last van trillende benen of pijn in de onderrug. Probeer in ieder geval te ontspannen, neem een warme douche of gebruik een warme kruik en "puf" de wee weg: adem in door je neus en laat de adem in kleine stootjes door je mond uit. Hoe langer de bevalling duurt hoe heftiger de weeën worden en hoe sneller ze elkaar opvolgen. Bedenk vooral dat pijnlijke heftige weeën niet voor niks zijn, ze zorgen ervoor dat de baarmoeder goed ontsluit. Des te eerder je volledige ontsluiting hebt des te sneller je 'klaar' bent en je kindje geboren zal worden.Bovendien maakt je lichaam tijdens de ontsluitingsfase het hormoon endorfine aan. Dit hormoon is een natuurlijke "doping", en heeft een bewustzijnsvernauwend effect waardoor je de pijn minder voelt. Hoe beter je kunt ontspannen en je kunt overgeven aan de pijn, hoe meer effect je zult hebben van dit hormoon. Verzet je je daarentegen tegen de pijn dan wordt adrenaline aangemaakt, het hormoon dat vrijkomt bij angst en stress. Bij een bevalling remt adrenaline niet alleen de afgifte van endorfines, maar ook de afgifte van oxytocine, het hormoon dat de weeën stimuleert. De bevalling kan zo worden vertraagd. Ontspannen en je overgeven aan de pijn is dus de boodschap!
Als de ontsluiting wat verder gevorderd is gaat het hoofdje van je baby rechtstreeks tegen de baarmoedermond drukken.
Dit versnelt de ontsluiting nog. Als er geen medische problemen zijn moet je vooral
doen wat je zelf lekker vindt. De een vindt het prettig helemaal alleen de weeën weg te puffen, de ander heeft behoefte
aan een massage of aanmoedigingen van de partner of andere aanwezigen. Ook je houding moet je vooral zelf bepalen, wil je
liggen, staan of op een skippybal zitten. Probeer eens wat uit en kijk wat je het fijnste vindt.
Als je in het ziekenhuis aan apparatuur gekoppeld ligt ben je wat minder mobiel, maar ook dan kun je best vragen of je
in een houding mag zitten of liggen die jij prettig vindt.
Als de ontsluiting helemaal niet vordert kan je in het ziekenhuis aan een infuus worden gelegd
met een weeënopwekkend middel.
Uitdrijving
Als je genoeg ontsluiting hebt begint de tweede periode van de bevalling. Moest je vooral ontspannen en alles over je heen laten komen tijdens de ontsluitingsweeën, nu moet je actief mee gaan doen. Dit is ook de reden dat je soms pijnstilling kunt krijgen in de eerste fase van de bevalling maar niet meer tijdens de laatste weeën en het persen. Je moet namelijk wel voelen wat je aan het doen bent.
Als je volledige ontsluiting hebt mag je mee gaan persen. Ook de buikspieren gaan zich nu samentrekken en helpen daarbij het kindje uit de baarmoeder te drukken. Persdrang (het gevoel dat je moet poepen) wordt veroorzaakt doordat het hoofdje nu steeds dieper komt te liggen en tegen je anus aan drukt. Soms heb je al persweeën voordat je ontsluiting ver genoeg gevorderd is, soms ook heb je al wel volledige ontsluiting maar voel je nog geen aandrang om te persen. In enkele gevallen komt die persdrang niet of pas heel laat, maar meestal komt die drang vanzelf en dan is het goed herkenbaar! Je hoort vrouwen vaak achteraf zeggen dat er "geen houden meer aan was" en dat ze "blij waren dat ze mee konden persen". Er wordt ook wel gesproken over de "oerdrang".
Pershoudingen
Ook hier geldt, mits de verloskundige of arts geen bezwaren hebben, kies je eigen houding om te bevallen. Dat kan op je rug in een bed, op je zij, op handen en voeten, op een baarkruk of (thuis) in bad.
"Ik zie haartjes!"
In de meeste gevallen ligt de baby met het hoofdje naar beneden en is het achterhoofdje het eerste dat er te zien is in de vagina als je aan het persen bent. Bij elke wee zal het hoofdje iets verder naar beneden worden gedrukt, maar daarna weer even terugschieten. Ben je al een keer bevallen dan zijn de weefsels al wat uitgerekt en gaat ook de uitdrijving een stuk sneller. Is het hoofdje er eenmaal uit dan is de rest van het lijfje er meestal snel. De baby maakt nog even een soort draai (de uitwendige spildraai) zodat de schoudertjes er beter uitkunnen.
Is de baby er helemaal uit dan zal in de meeste gevallen de verloskundige je kindje direct op jouw buik of borst leggen. Soms mag je zelfs zelf je baby aanpakken als hij eruit komt, maar in de meeste gevallen zal de verloskundige of arts hem opvangen en direct op jouw buik of borst leggen. Terwijl de verloskundige goed naar je kindje kijkt en eventueel wat slijm uit het neusje en mondje zuigt met een dun rietje zal de verpleegkundige of kraamhulp het kindje schoon- en droogwrijven met een doek. Jij hebt nu even de tijd om bij te komen van het geweld van de bevalling en de baby te bewonderen. Kijk, ruik, voel vooral lekker aan je kindje. De vader of een andere aanwezige knipt de navelstreng door. Hier voelen moeder en kind niets van.
In de laatste fase van de bevalling moet de nageboorte of baarmoederkoek er nog worden uitgeperst. Dit is meestal
met een of twee persweeën gebeurd. Meestal is de placenta er binnen twintig minuten uit. Duurt het langer dan een uur
dan moet de nageboorte onder volledige narcose verwijderd worden. De gynaecoloog gaat met de hand in de vagina om
zo de nageboorte te verwijderen. Er hoeft dus niet geopereerd te worden.
De bevalling is nu achter de rug. De moeder wordt indien nodig gehecht (onder plaatselijke verdoving) en de baby wordt nagekeken. Als alles goed is gebeurt dat gewoon in dezelfde ruimte als waar de bevalling heeft plaatsgevonden, zodat je lekker mee kunt kijken met het meten, wegen, aankleden en alle testjes die worden gedaan om de reflexen van de baby te controleren.
De APGAR score
De verloskundige of arts zal je baby snel nakijken en een zogenaamde APGAR score geven, dit zegt iets over de conditie van het kindje op het moment dat de test wordt afgenomen. De afkorting APGAR staat voor de 5 punten waar naar gekeken wordt:
A = activity (activiteit, beweegt het kind?)
P = pulse (hartslag)
G = grimace (grimas, is het gezichtje onbeweeglijk of moet hij niezen/hoesten)
A = appearance (uiterlijk, bijvoorbeeld de kleur van de huid)
R = respiration (ademhaling)
Je kind kan op elk punt 0, 1 of 2 punten scoren, dus maximaal een 10. Een apgar score boven de 7 is normaal, tussen de 4 en 7 geeft aanleiding tot ingrijpen en bij een score van 3 of lager is er direct ingrijpen noodzakelijk. De test wordt gedaan direct na de geboorte en nog een keer een aantal minuten later. De tweede keer zal een baby over het algemeen een hogere score hebben.
Ingrepen of kunstverlossing
Hierboven is een natuurlijk bevalling beschreven. Als er medische noodzaak tot ingrijpen is wordt er gesproken van een kunstverlossing.
Vacuümpomp
Als het persen niet lukt of de baby het benauwd krijgt en de uitdrijving niet snel genoeg gaat moet de gynaecoloog ingrijpen. De vacuümpomp is een klein dopje dat op het hoofdje van de baby wordt geplaatst (de gynaecoloog plaatst de dop met zijn vingers op het hoofdje van de baby door de vagina wanneer je een wee hebt). Deze "zuignap" zuigt vacuüm vast aan het hoofdje, waarna de baby er als het ware kan worden uitgetrokken. Een paar dagen na de geboorte kan je baby een vervormd hoofdje hebben en misselijk zijn of hoofdpijn hebben. Deze ingreep kan alleen plaatsvinden in het ziekenhuis.
Tangverlossing
Een alternatief voor de vacuümpomp is een tang: het klinkt eng maar je moet je eigenlijk voorstellen dat het twee lepels zijn die de arts tegen de oren van de baby aandrukt om zo de baby er uit te kunnen trekken. Of de arts kiest voor tang of vacuümpomp is een persoonlijke keuze van de arts, maar tegenwoordig wordt de tang bijna niet meer gebruikt.
Inknippen of inscheuren
Als er een tang- of vacuümpompverlossing wordt gedaan wordt er altijd eerst een knip (episiotomie) in het weefsel gezet. Ook als de verloskundige op het moment dat het hoofdje er bijna is ziet dat er te weinig ruimte is of je kans loopt om te ver uit te scheuren zal ze een knip zetten. Dit gebeurt als er tijd voor is onder plaatselijke verdoving, maar ook als dat niet gebeurt voel je er niets van omdat er op dat moment al een enorme druk op het weefsel staat. Overigens schijnt een "scheur" eenvoudiger te genezen dan een "knip". Bij een knip ga je immers dwars door alle structuren van het weefsel heen, een scheurtje volgt de natuurlijke structuur van het weefsel waardoor het beter geneest. Dus als de verloskundige de keuze heeft zal ze niet direct inknippen. Zowel scheur als knip worden achteraf gehecht. Meestal gebeurt dit met oplosbaar materiaal. De hechtingen hoeven er dan niet uit te worden gehaald. De eerste dagen na de bevalling kan je last hebben van de plek. De huid kan trekken, je kunt pijn hebben bij plassen of zitten. Zorg vooral voor een goede verzorging van de wond. Spoel de wond schoon met een fles water na elk toiletbezoek en ga indien nodig in een klein badje met biotex of kamillethee zitten zodat de wond schoonspoelt.
Keizersnee
Een keizersnede kan onder plaatselijke verdoving of onder algehele narcose worden uitgevoerd. Bijvoorbeeld als de bevalling al in gang is en besloten wordt tot een spoedkeizersnede is er geen tijd meer voor een plaatselijke verdoving met een ruggeprik. Een geplande keizersnede (omdat de baby in stuit ligt bijvoorbeeld) kan vaak wel onder plaatselijke verdoving. Er wordt door de buikhuid, buikwand en baarmoeder gesneden. Dit is dus echt een operatie en je zult voor je herstel behoorlijk wat meer tijd nodig hebben dan na een vaginale bevalling.
Inleiden
Als de bevalling niet vanzelf op gang komt maar de baby er wel uit moet (bijvoorbeeld omdat de vliezen al meer dan 24 uur gebroken zijn of je twee weken overtijd bent) kan er besloten worden de bevalling op te gaan wekken. Dat kan door een gel om de baarmoedermond te smeren of door middel van een infuus met weeënopwekkende middelen.
Plaats van de bevalling, thuis of in het ziekenhuis
Zoals hierboven al beschreven is elke bevalling anders. Als je zwangerschap verder zonder al te veel problemen is verlopen en je bent zelf gezond (en de verloskundige staat het toe!) kun je kiezen of je thuis of in het ziekenhuis wilt bevallen. Als er medische problemen zijn of te verwachten zijn dan moet je sowieso in het ziekenhuis bevallen. Wat zijn de voordelen van thuis bevallen of in het ziekenhuis?
Als je thuis bevalt:
- Heb je een huiselijke en intieme sfeer, het is minder kil en klinisch
- Komt de kraamhulp de verloskundige (of huisarts) assisteren bij de bevalling. Bel ze op tijd, het komt voor dat je man of je buurvrouw moet helpen met kruiken maken, kleertjes klaarleggen en het bed verschonen omdat de kraamzorg er niet op tijd was!
- Als alles goed verloopt ben je zo klaar, geen gedoe met heen en weer rijden
- Als er complicaties zijn moet je alsnog met eigen auto of ziekenwagen naar het ziekenhuis. Bijvoorbeeld bij meconiumhoudend vruchtwater of als de nageboorte niet vanzelf komt
- Fijn voor het kraambezoek dat direct komen wil. Meestal mogen in het ziekenhuis wel de ouders van jou
en je partner direct even komen maar thuis heb je zelf de regie over het bezoek.
Ook het aantal mensen dat bij de bevalling mag zijn kun je (in overleg met de verloskundige) zelf bepalen, in een ziekenhuis zijn daar vaak regels voor.
Als je in het ziekenhuis bevalt:
- Heb je de zekerheid dat er verpleegkundigen en (indien nodig) apparatuur klaar staan
- Hoewel niet 24 uur per dag aanwezig, kun je er toch vanuit gaan dat er snel medische hulp aanwezig is van bijvoorbeeld gynaecologen. Je hoeft in ieder geval zelf niet meer de auto in als er toch meer hulp nodig is
- De "troep" heb je niet zelf in huis
- Moet je een eigen bijdrage betalen voor het gebruik van onder meer de verloskamer. Als je een medische indicatie hebt en je dus in het ziekenhuis MOET bevallen hoef je deze eigen bijdrage niet te betalen
- Moet je thuis "beginnen" en ga je pas naar het ziekenhuis als de ontsluiting is gevorderd. In de auto zitten met weeën is niet altijd even fijn!
- Pijnbestrijding (lachgas, ruggeprik) is in het ziekenhuis vaak mogelijk als je dat wilt, thuis niet
Als je de keuze mag maken tussen thuis of ziekenhuis, neem die dan op basis van je gevoel. Het is het belangrijkste dat je bevalt op een plek waar jij (en je partner) zich het meest prettig voelen. Voor de een is dat lekker thuis in de vertrouwde omgeving voor de ander is dat in het ziekenhuis omdat dat een gevoel van rust geeft. Er zijn ook kraamhotels of kraamsuites, speciale (afdelingen van) ziekenhuizen die een wat huiselijker sfeer bieden. Ook voor mensen die om een niet-medische reden niet thuis kunnen bevallen.
Na de bevalling
De bevalling is achter de rug, en dan? Lees meer over je lijf en je geest na de bevalling, tips voor kraambezoek en meer op de pagina jij na de bevalling. Meer weten over je pasgeboren baby? Bekijk dan de pagina de eerste weken.
Extra emotionele ondersteuning nodig tijdens de bevalling?
Iedere bevalling is anders, maar ook iedere vrouw is anders. Zo zal de een heel erg gesteld zijn op een rustig plekje en de aanwezigheid van teveel mensen alleen maar afleidend vinden. De ander vindt het prettig om het ontspannende en ondersteunde gezelschap van vertrouwde familieleden of vrienden bij de bevalling te hebben.
In Nederland en de rest van de westerse wereld steeds meer een medische aangelegenheid geworden. Daarbij is de maatschappij sterk geindividualiseerd. Bij de meeste bevallingen is alleen de partner aanwezig, en pas wanneer de ontsluiting vordert de verloskundige, kraamhulp of medisch ziekenhuispersoneel. Kunnen jij en je partner wel wat extra emotionele ondersteuning gebruiken bij de bevalling of sta je er alleen voor, denk er dan eens over om een doula in te schakelen. Lees hier meer over hoe een doula kan helpen bij de bevalling.